|
Autorijden na een CVA - nieuwe regels voor CVA getroffenen Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) te Rijswijk en de vijf regionale kantoren hebben een afdeling medische zaken, die moet bekijken of zich bij de aanvragers van een rijbewijs lichamelijke of geestelijke problemen voordoen, die de verkeersveiligheid in gevaar kunnen brengen. Het beoordelen van de rijgeschiktheid is een taak van de afdeling Medische Zaken van het CBR. Daarnaast is er een afdeling Aanpassingen, die adviezen uitbrengt over technische aanpassingen in auto's of aan motoren voor mensen met een handicap. Tevens beoordelen deze aanpassingsdeskundigen in de praktijk of iemand nog geschikt is zich in het verkeer te begeven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gespecialiseerde rijscholen en een aantal aanpassingsbedrijven. Op ieder regiokantoor is een aanpassingsdeskundige werkzaam. De CBR brochure 'Met een handicap veilig achter het stuur' geeft informatie over alles wat er komt kijken bij het halen of behouden van uw rijbewijs en bij twijfels over uw rijgeschiktheid. Wat opvalt in de folder is de positieve benadering van het CBR: men onderkent dat een rijbewijs tegenwoordig voor alle mensen een groot goed is, en zeker voor mensen met een handicap. Een rijbewijs betekent immers mobiliteit, en dus een stuk bewegingsvrijheid? Geen vermanende vingertjes dus, maar gelukkig vooral aanmoediging en creativiteit - veiligheid van alle weggebruikers staat vanzelfsprekend voorop, maar er wordt in de folder sterk benadrukt, dat het in de tegenwoordige tijd, met al zijn technische mogelijkheden, voor bijna iedereen met een lichamelijke handicap haalbaar is om verantwoord auto te rijden. Medisch geschikt of niet? Iedereen die een rijexamen wil aanvragen, moet eerst de Eigen Verklaring invullen: een verklaring waarin u zelf aangeeft of u al dan niet medisch geschikt bent om auto te rijden. Als u één van deze vragen met 'JA' moet beantwoorden, raadt het CBR u aan eerst een 'Informatie-Eigen verklaring' in te vullen. Daarnaast is er een groep mensen, die al een rijbewijs hebben, maar twijfels hebben over hun rijgeschiktheid. Wie tot deze groep behoort, heeft tegenwoordig de plicht een tussentijdse melding te doen van een gewijzigde medische situatie via het invullen van de Eigen Verklaring. Het CBR gaat dan proberen u te helpen uw mobiliteit te behouden. Soms volgt (verder) medisch onderzoek en soms zijn aanpassingen aan de auto een oplossing. Het afleggen van een rijtest behoort ook tot de mogelijkheden. Het is lang niet altijd zo, dat u opnieuw een rijexamen moet afleggen. Nieuwe regel: na een beroerte een half jaar lang geen voertuig besturen De Staatscourant van 29 januari 2002 bevat nieuwe regels van de minister, die van belang kunnen zijn voor mensen met afasie. Deze regels zijn helaas nog onvoldoende bekend, vandaar dat we er op deze plaats aandacht aan besteden. Bestuurders van personenauto's mogen na een beroerte een half jaar lang hun voertuig niet meer besturen. Om daarna weer achter het stuur te mogen kruipen, is een verklaring nodig van een neuroloog of revalidatiearts. Wanneer in die verklaring (nog) sprake is van functiestoornissen, is een rijtest noodzakelijk. Daaruit volgen een advies, en mogelijk technische aanpassingen aan uw auto. Wanneer u daarna weer toestemming krijgt om te rijden, dan zal deze toestemming zich beperken tot privé gebruik; u kunt dan dus niet langer als (onbezoldigd) chauffeur van bijvoorbeeld gehandicapten fungeren. Wie beroepschauffeur is van een vrachtauto of bus, mag na een beroerte vijf jaar lang geen vrachtwagen of bus besturen. Om dit na 5 jaar eventueel weer wel te mogen, is een neurologisch rapport nodig, en moet de aanvrager geheel vrij zijn van functiestoornissen. Meldingsplicht Bij de getroffene rust tegenwoordig de PLICHT melding te maken van het feit dat hij/zij een beroerte heeft gehad. Wie dit nalaat, hoeft geen angst te hebben om in de gevangenis te komen, want strafbaar is dit niet. Maar op het gebied van uw autoverzekering ligt dat anders: wie heeft nagelaten een beroerte of andere belangrijke medische informatie door te geven aan het CBR, is daardoor niet langer verzekerd (zelfs niet als u gewoon uw verzekeringspremie blijft doorbetalen). Het komt voor, dat mensen, die een CVA hebben doorgemaakt, zèlf níet op het idee komen dit te melden bij het CBR, maar dat de omgeving, de partner of familie, dat wel noodzakelijk achten. Zij melden dan soms voor de getroffene een medisch feit aan bij het CBR. Het CBR is echter niet bevoegd naar aanleiding hiervan actie te ondernemen. Een medicus zal in Nederland niet snel melding maken van het feit dat één van zijn patiënten een beroerte gehad heeft: hij heeft immers zijn geheimhoudingsplicht! In de meeste ons omringende landen hebben artsen WEL de plicht dit soort informatie door te geven aan het CBR. Ook op het Nederlandse Ministerie van VWS wordt over een meldingsplicht voor medici nagedacht. Wanneer beroepsmatig betrokkenen, zoals een huisarts, neuroloog of Riagg-medewerker ernstige twijfels hebben over iemands rijvaardigheid, kunnen zij schriftelijk melding maken van de geconstateerde problemen bij het hoofd medische zaken van het CBR, Postbus 3014, 2280 GA RIJSWIJK. Na een melding door een professional volgt altijd actie van het CBR. Betrokkene krijgt dan een oproep voor een verplicht nader onderzoek. Werkt men daaraan niet mee, dan wordt het rijbewijs ingetrokken. Bronnen: Hartezorg, september 2002, De Kampioen, april 2000, Nieuwsbrief Hersenwerk 2000, mei/juni 2000 en folder 'met een handicap veilig achter het stuur' van het CBR. Het hoofdkantoor van het CBR (070 - 372.05.00) heeft regiokantoren in Amsterdam, Rijswijk, Assen, Eindhoven en Arnhem; daar kunt u ook genoemde brochure krijgen. Kijk ook eens op www.cbr.nl |
- avn@afasie.nl - |