Als iemand niet meer zelf beslissen kan, wat dan?
In Nederland is iedereen meerderjarig vanaf het moment dat hij 18 jaar wordt. Vanaf dat moment staat hij niet meer onder het gezag van zijn ouders of voogd, en mag hij zelf handelen en beslissingen nemen. Hij mag zelf toestemming geven voor een medische behandeling, zelf een bankrekening openen of een lening afsluiten of een dure aankoop doen. Niet alle meerderjarigen kunnen al hun belangen zelf behartigen. In zulke situaties moet een ander de beslissing nemen.

Wilsonbekwaamheid
Iemand die niet voor zichzelf kan beslissen, wordt wilsonbekwaam genoemd. In sommige situaties is het overduidelijk dat iemand niet zelf kan beslissen. Bijvoorbeeld wanneer een patiënt bewusteloos is of in coma ligt. Ook bij zwaar demente mensen en mensen met een ernstige verstandelijke handicap is vaak geen twijfel mogelijk. Voor mensen met niet aangeboren hersenletsel, waaronder mensen met afasie, ligt dat vaak veel minder duidelijk. Een grote groep mensen met afasie is de ene keer wel en de andere keer niet in staat om te beslissen. Het uitgangspunt is altijd, dat de patiënt waar mogelijk zelf beslist. Bij elke beslissing moeten afaticus, hulpverlener en directe familie beoordelen of degene met afasie in staat is goed een beslissing voor zichzelf te nemen. Iemand kan niet goed een beslissing voor zichzelf nemen als sprake is van een of meer van onderstaande situaties.
* hij kan de informatie over bijvoorbeeld zijn ziekte of de behandeling niet begrijpen
* hij kan zelf geen besluit over de behandeling nemen
* hij kan de gevolgen van zijn besluit niet overzien

Wie beslist als iemand dat zelf niet kan?
Als iemand een bepaalde beslissing niet zelf kan nemen, moet een ander dat doen. Die vertegenwoordigt dan de wilsonbekwame patiënt en behartigt zijn belangen. De vertegenwoordiger ziet erop toe dat de patiënt de zorg krijgt waar hij recht op heeft. Er zijn verschillende soorten vertegenwoordigers, elk met andere taken en bevoegdheden. Wanneer door betrokkene zelf of de rechter een vertegenwoordiger wordt benoemd, gebeurt dit altijd ter bescherming van de (belangen van) de wilsonbekwame patiënt.

De niet-benoemde vertegenwoordiger
Soms is bij het nemen van beslissingen op medisch gebied overduidelijk wie de vertegenwoordiger van de patiënt is. Meestal is dat de echtgenoot of partner. Ook een nabij familielid, zoals een ouder, kind, broer of zus, mag als niet-benoemde vertegenwoordiger optreden. In eerste instantie bepaalt de hulpverlener (meestal de behandelend arts) of de patiënt in staat is zelf een beslissing te nemen. Als de hulpverlener een familielid vraagt of deze als vertegenwoordiger wil optreden, is deze niet verplicht dit ook te doen. Als iemand deze taak niet wenst, vraagt de hulpverlener een ander. Het gaat hierbij uitsluitend om beslissingen op medisch gebied (moet iemand een bepaalde behandeling wel of niet ondergaan, of moet iemand wel of niet worden opgenomen in een verpleeghuis etc.)

De benoemde vertegenwoordiger
Het is mogelijk dat de patiënt zelf iemand aanwijst (of al eerder heeft aangewezen) die voor hem als vertegenwoordiger zal optreden wanneer dat nodig mocht zijn. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarbij geeft hij aan in welke situaties de vertegenwoordiger beslist of op welke wijze die zal moeten besluiten. De vertegenwoordiger volgt bij zijn besluitvorming de aanwijzingen die hij heeft gekregen.

De mentor
In een aantal situaties biedt het mentorschap een oplossing.
* er is voor langere tijd een vertegenwoordiger nodig
* er is geen directe familie
* de familie is het onderling oneens
Een mentor wordt benoemd door de rechter. De rechter kijkt bij de benoeming van een mentor eerst naar de voorkeur van de betrokkene. Vaak wordt de partner, een familielid of een goede vriend tot mentor benoemd. Het is niet gebruikelijk dat een hulpverlener mentor wordt wanneer hij bij de behandeling is betrokken. Dan zou hij immers als vertegenwoordiger moeten beslissen over zijn eigen voorstellen als behandelaar. Een mentor vertegenwoordigt de patiënt op momenten dat deze niet zelf kan beslissen. Hij neemt dan, zoveel mogelijk samen met de patiënt, beslissingen over de verpleging, verzorging en behandeling. De mentor gaat niet over financiële zaken.

De bewindvoerder
Een bewindvoerder is iemand die door de kantonrechter wordt benoemd, en die onder toezicht van die rechter het bewind voert over (een deel van) het vermogen van de patiënt. Bij een zogenaamd beschermingsbewind gaat het dus uitsluitend over vermogensrechtelijke belangen. Er moet wel vast staan dat de patiënt daartoe zelf niet (of niet behoorlijk) in staat is. Beschermingsbewind kan worden aangevraagd door de betrokkene zelf, diens echtgenoot of partner, zijn naaste bloedverwanten of zijn voogd. Ook de Officier van Justitie kan in bepaalde gevallen een beschermingsmaatregel vorderen.

De curator
Curatele is een ingrijpende maatregel. Wanneer iemand zijn financiële en persoonlijke belangen niet kan behartigen, kan de rechter besluiten deze persoon onder curatele te stellen. De rechter benoemt dan een curator die als vertegenwoordiger optreedt. De onder curatele gestelde persoon mag niet meer zelf beslissen, dat doet zijn curator voor hem. De curator beslist zowel over de financiële zaken als over medische behandeling en verzorging. Het is wel de bedoeling dat de curator de patiënt zoveel mogelijk betrekt bij alle beslissingen. De kantonrechter houdt toezicht op de taakuitoefening van de curator. Bij ingrijpende (financiële) beslissingen, zoals bijvoorbeeld het verkopen van een huis, heeft de curator de machtiging van die kantonrechter nodig.

Wilsverklaring
Iedereen kan zo ziek worden, dat hij niet meer zelf kan beslissen over een behandeling. Wie nu al ideeën heeft over hoe een hulpverlener of vertegenwoordiger dan moet handelen, kan dat in een wilsverklaring opschrijven. Wanneer een vertegenwoordiger voor u moet besluiten, gaat hij van uw wilsverklaring uit. Er zijn twee soorten wilsverklaringen.

1. Benoeming van een vertegenwoordiger
U kunt nu al een vertegenwoordiger benoemen. U bepaalt dan zelf wie er voor u zal beslissen als dat nodig mocht zijn. Ook kunt u alvast zaken die u belangrijk vindt, met de vertegenwoordiger doorspreken.

2. Een uitspraak over wel of geen behandeling
U kunt ook een verklaring opstellen dat u bepaalde handelingen graag wilt of juist niet. Zo'n verklaring kan een belangrijke hulp zijn als iemand anders voor u moet beslissen. Het kan bijvoorbeeld gaan over reanimatie, sondevoeding, bepaalde medicijnen of behandelingen, levensverlengende handelingen of levensbeëindigende handelingen (euthanasie).

U kunt zo'n wilsverklaring het beste opstellen samen met een deskundige, bij voorkeur uw huisarts. Dan kunnen er bij anderen geen misverstanden of onzekerheden over de verklaring ontstaan. Er bestaan ook standaardverklaringen. Het is aan te raden om ook die met uw arts te bespreken. De arts neemt uw verklaring op in uw medisch dossier.

Er mag geen twijfel bestaan over de wilsverklaring. Een wilsverklaring is geldig als
* u deze heeft opgesteld voor uzelf
* u in staat was hierover te beslissen
* uw handtekening en de datum erop staan
* u die uit vrije wil heeft opgesteld
* de inhoud ervan duidelijk is
Niet iedereen kan zelf een wilsverklaring schrijven. Voor veel mensen met afasie is dat heel moeilijk of zelfs onmogelijk. Een mondelinge verklaring, opgetekend door getuigen, is ook geldig. Geef uw wilsverklaring aan uw huisarts of specialist en aan directe familieleden of goede vrienden. Dan weet u zeker dat de verklaring bekend is als dat nodig mocht zijn.

Een wilsverklaring blijft in principe altijd geldig. Op elk moment kunt u hem eventueel veranderen. Het is verstandig regelmatig (bijvoorbeeld iedere 5 jaar) uw wilsverklaring te bekijken, om te zien of u nog steeds achter uw verklaring staat. Als dat het geval is, kunt u er een nieuwe datum en handtekening op zetten. Als de datum op de verklaring erg oud is, kan de hulpverlener twijfelen of u na zoveel jaar nog steeds hetzelfde zou willen en daardoor misschien de verklaring niet volgen.

Tenslotte
Als iemand wilsonbekwaam is, moet een ander beslissingen voor hem nemen. De vertegenwoordiger krijgt daarmee een verantwoordelijkheid waar hij zorgvuldig mee moet omgaan. Het kan zijn taak verlichten, als hij goed op de hoogte is van de wensen van de betrokkene. Het instellen van beschermingsmaatregelen is altijd een ingrijpend gebeuren, zowel voor de betrokkene als voor de directe omgeving. Toch kan het nalaten van zulke maatregelen verstrekkende gevolgen hebben - dat leert de praktijk. Voor sommige mensen geldt helaas, dat hun leven totaal anders (lees: beter) had kunnen verlopen, als zij op het juiste moment bescherming hadden genoten.

Meer weten?
Voor informatie over mentorschap en curatele kunt u de brochure 'Curatele, bewind en mentorschap' bestellen bij
Ministerie van Justitie directie Voorlichting
Afdeling Service-voorlichting
Postbus 20301, 2500 EH Den Haag
Telefoon (070) 370.68.50

Voor informatie over kinderen en patiëntenrecht kunt u de brochure 'Kinderen, hun ouders en patiëntenrechten', deel 9 in de Serie Patiëntenrecht, bestellen bij
Pci-Distributieservice
Postbus 74, 3980 CB Bunnik
Telefoon (030) 657.00.72

Een voorbeeldtekst van een euthanasieverklaring/weigering van behandeling kunt u aanvragen bij
Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie
Postbus 75331, 1070 AH Amsterdam
Telefoon 06 320.240.99 (50 cpm)

Een voorbeeldtekst van een levenswensverklaring kunt u aanvragen bij
Stichting Levenswensverklaring
Postbus 178, 3900 AD Veenendaal
Telefoon (0318) 54.78.80

In bovenstaand artikel is gebruik gemaakt van de informatie uit de uitgave 'Wie beslist? Wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging' uit de Serie Patiëntenrecht, deel 10.

- avn@afasie.nl -