Afasie.nl

site resolutie:
normaal - groot



afasie vriendelijke versie


AVN op twitter

AVN op facebook


De AVN is gefuseerd met Vereniging Cerebraal en de Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder en is opgegaan in Hersenletsel.nl

Klik hier om naar de nieuwe site www.hersenletsel.nl te gaan



Afasie
---
Wat is afasie? - Hoe ontstaat afasie? - Bijkomende problemen - Communicatie tips - Communicatiehulpmiddelen - Waar kan ik terecht met mijn vragen? - Welke informatie is er beschikbaar? - Afasie, feiten en getallen - Internationale contacten

Communicatie tips

Door afasie verandert de manier waarop iemand begrijpt of zich uit. Door optimaal gebruik te maken van de resterende communicatiemogelijkheden kan de omgeving toch met iemand met afasie communiceren.
Van de ene op de andere dag is er veel veranderd in het leven van de persoon met afasie en in dat van de mensen uit zijn omgeving. Die verandering zal voor iedereen moeilijk zijn. Door de afasie wordt het lastig om samen over die problemen te praten. Zowel de persoon met afasie als zijn gesprekspartners zullen moeten wennen aan een andere manier van communiceren.

Praten met elkaar vraagt nu veel geduld. Lang niet iedereen heeft dat geduld. Het is heel belangrijk om duidelijkheid te krijgen over de manieren waarop beter met de persoon met afasie gecommuniceerd kan worden. Beide gesprekspartners kunnen veel doen om een gesprek zo goed mogelijk te laten verlopen.

Tips die het communiceren kunnen verbeteren

Bedenk allereerst wat u zelf makkelijk vindt als u in het buitenland bent. Het eerste wat u aan een rad sprekende Fransman vraagt is om langzaam te spreken. Ook is het gemakkelijk als u van tevoren weet waarover het gesprek zal gaan. Als u de weg vraagt en iemand helpt u door snel een tekening te maken of iets aan te wijzen, wordt het voor u makkelijker om te begrijpen wat hij bedoelt.

Zorg voor een rustige omgeving. Geluiden van een radio of televisie of ander achtergrondlawaai zijn storend.
Maak eerst oogcontact, en neem de tijd voor een gesprek.
Spreek zoveel mogelijk in korte eenvoudige zinnen en benadruk de belangrijkste woorden uit de zin (trefwoorden) en schrijf deze op. Maak eventueel een eenvoudige tekening. Dat helpt de persoon met afasie om uw boodschap te begrijpen en te onthouden, en bovendien kan hij het geschrevene later gebruiken om aan een ander te vertellen wat er met u besproken is.
Controleer altijd of de boodschap begrepen is en herhaal eventueel het besprokene aan de hand van datgene wat u opgeschreven heeft.
Stimuleer iemand met afasie `te praten met handen en voeten`. Het gaat er niet om hoe hij iets duidelijk maakt, als u het maar begrijpt. Het helpt vaak als u zelf gebaren maakt of aanwijst waarover u praat. U kunt hierbij gebruik maken van `het taalzakboek` of  `gespreksboek`
Stel eenvoudige vragen en breng structuur aan in het gesprek. Vraag eerst over wie het gaat, daarna wat er gebeurd is en eventueel waar of wanneer.

Meer informatie en tips die de communicatie kunnen verbeteren vindt u in de brochure `Richtlijnen voor de communicatie`, die verkrijgbaar is bij de Afasie Vereniging Nederland.

Deze tips zijn bedoeld om de communicatie met mensen met afasie beter te laten verlopen. Het gebruik maken van de tips is echter geen garantie voor een communicatie op het niveau van voor de afasie. Als u er echt niet uitkomt, kunt u beter het onderwerp even laten rusten en er later op terug komen. Misschien lukt het dan wel.

Geef de communicatie met iemand met afasie nooit op! Het is belangrijk dat u blijft proberen met elkaar te `praten`. Communicatie is voor alle mensen van levensbelang; ook voor mensen met afasie!

Soms kan het handig zijn om bij het praten met elkaar gebruik te maken van hulpmiddelen. Bij een bezoek aan het buitenland nemen we immers ook een reiswoordenboek mee? Foto`s, afbeeldingen, woordenlijstjes, `taalzakboek` of  `het gespreksboek` kunnen veel verduidelijken.

Zo kunt u, eventueel samen met uw partner, een `communicatieschrift` maken. Dit is een schrift waarin de mensen uit de omgeving van de persoon met afasie kunnen opschrijven of tekenen wat ze met hem besproken hebben. Hij heeft dan altijd een geheugensteuntje bij de hand. Ook kunnen in dat schrift de al bekende dingen genoteerd worden. Dan hoeft hij deze alleen nog maar op te zoeken en aan te wijzen.